Written by 16:15 Vallen en Opstaan

Vallen en Opstaan met Hans Clevers

Auteurs: Anna Vera Verschuur, 6e jaars geneeskunde student Universiteit Utrecht. Marin Bont, 3e jaars geneeskunde student Universiteit Utrecht. Mirna Klaassen, 6e jaars geneeskunde student Universiteit Utrecht.

In deze tweede editie van “Vallen en opstaan” kijken we samen met Hans Clevers terug op zijn carrière tot nu toe. Van welke “lessons learned” kunnen anderen leren? 

Wie is Hans Clevers? 

Hans Clevers is voor velen binnen de onderzoekswereld, maar ook daarbuiten, een bekende naam. Zijn indrukwekkende carrière begon met een studie Biologie in Utrecht met het idee om onderzoeker te worden, iets wat hij al van jongs af aan wilde. Omdat deze studie toch niet helemaal aansloot bij zijn verwachtingen, besloot hij daarnaast ook met de studie Geneeskunde te beginnen. De coschappen bevielen hem goed en er was plaats voor een opleiding bij kindergeneeskunde. Gezien zijn achtergrond besloot hij eerst onderzoek te gaan doen en is binnen een jaar gepromoveerd, wel wat gehaast achteraf gezien. Gedurende dit jaar kwam zijn passie voor het onderzoek doen weer boven: “Wel leuk dat arts zijn, maar ik ben een wetenschapper” aldus Clevers zelf. Vervolgens heeft hij zijn carrière binnen de wetenschap voortgezet, in eerste instantie als postdoc aan de Harvard Medical School in Boston en later weer in Utrecht.

Momenteel leidt Hans Clevers zijn onderzoeksgroep binnen het Hubrecht Instituut op het gebied van ontwik­kelingsbiologie en stamcelonderzoek en binnen het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie. Daarnaast is hij hoogleraar Moleculaire Genetica aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Velen zullen zijn naam vooral associëren met de ontwikkeling van organoïden. Zijn onderzoeksgroep is verantwoordelijk voor de ontdekking van de darmstamcel waaruit darmorganoïden gekweekt kunnen worden. Als wij hem vragen naar de stapel boeken over giftige slangen op zijn bureau, vertelt hij trots over zijn huidige samenwerking met Freek Vonk. Samen werken ze aan het kweken van organoïden van gifklieren van slangen.

Hoe kijkt u terug op uw carrière? 

‘’In het onderzoek gaan we te werk zonder hypotheses, je tast min of meer in het duister. Het is dan ook niet voorspelbaar waarmee mijn onderzoeksgroep over twee jaar bezig zal zijn.’’ begint Clevers. Dit heeft zijn wetenschappelijke carrière gevormd en hierdoor heeft hij in veel verschillende disciplines gewerkt. “Ik heb mijn werk altijd gezien als een soort zegetocht: van de ene naar de andere ontdekking,” vervolgt hij. Het was voor hem een eye-opener dat dit bepaald niet zo gegaan is: “Nadat ik de Breakthrough prijs heb gekregen, hebben we een symposium georganiseerd waarbij onderzoekers die door de jaren aan het onderzoek hebben meegewerkt van over de hele wereld over hun ervaringen binnen het onderzoeksteam kwamen vertellen. Ik zag toen dat we constant kleine projecten startten en weer moesten stoppen. Een enkele keer lukte het wel; die paar successen vormen in mijn herinnering een rechte lijn.” Met name het competitieve element waardeert Hans Clevers in zijn carrière: “Het heeft mij altijd heel veel voldoening gegeven als je iets ontdekt en ook mooi gepubliceerd krijgt, net zoals een voetballer die een goal scoort tijdens een wedstrijd. Een ontdekking wordt maar één keer gedaan, er is geen zilveren medaille.”

Waar bent u het meest trots op in uw carrière? 

“Uiteindelijk op het geheel. We hebben mijn onderzoeksgroep vanuit het niets op kunnen zetten. Het is nu een soort ontdekkingsmachine geworden, waar mensen met plezier werken. De druk ligt binnen de Clevers groep niet heel hoog, terwijl de druk elders in de onderzoekswereld nog wel eens onaanvaardbaar is. Door de hechte groep hebben we nu een aantal mooie ontdekkingen gedaan. Deze ontdekkingen worden door de hele groep gedaan, er is niet één onderzoeker met alle goede ideeën. De cultuur en sfeer die heerst binnen het Hubrecht maakt mij erg trots.’’

Waar heeft u in uw onderzoekscarrière het meeste van geleerd?

“Toen ik terugkwam uit Amerika, werd ik het hoofd van de afdeling immunologie in het UMCU. Op dat moment was ik eigenlijk nog mijn eigen onderzoek aan het opbouwen en langzaam maar zeker begon mijn onderzoeksgroep dingen te ontdekken. Maar ondertussen moest ik veel vergaderen als afdelingshoofd; dit gaf mij niet meer het gevoel dat ik een baan had in dienst van de wetenschap.” Daarnaast vond Clevers het jammer dat er weinig interesse werd getoond in zijn werk: “Het ging in mijn beleving meer om status dan om inhoud”. Dat heeft hem doen besluiten om naar het Hu-brecht Instituut te vertrekken. Uit zijn periode bij het UMC neemt hij mee dat mensen kunnen besturen of wetenschapper zijn, en dat er wederzijds weinig begrip is. “Doe vooral waar jouw talent ligt en waar je plezier uit haalt. Daarnaast vind ik het belangrijk dat mensen van de werkvloer ook besturen als ze dat tenminste enigszins kunnen combineren. Probeer dan wel een goede balans te vinden tussen je baan op de werkvloer en je rol in het bestuur.”

Hoe komt het dat u zo succesvol bent?

“Er is geen succesformule, anders zou ik wel beter kunnen”, lacht Clevers. “Ik ben niet de slimste of de creatiefste, er zijn heel veel mensen die goede ideeën hebben. Door mijn ervaring heb ik geleerd hoe je een team moet begeleiden en hoe je de experimenten vervolgens structureert om uiteindelijk tot een goede ontdekking te komen. Daarnaast heb ik een belangrijke rol bij het bepalen van samenwerkingen en communicatie naar buiten. Om tot goede ontdekkingen te komen, is het allerbelangrijkste dat mensen op het lab zich prettig voelen en makkelijk kunnen samenwerken’’, zo legt hij ons uit. “Iedere ontdekking ontstaat uiteindelijk op een andere manier, meestal omdat twee mensen per ongeluk met elkaar praten of bijvoorbeeld als er iets mis gaat. Je ogen open houden en vertrouwen op jezelf is heel belang-
rijk.” 

“Een ontdekking wordt maar één keer gedaan, er is geen zilveren medaille.”

Hans Clevers

Tevens geeft Hans Clevers ons een inzicht in zijn werkwijze die mogelijk heeft bijgedragen tot zijn succes: “Wij werken veel met pilot experimenten. Deze experimenten zijn niet heel gecontroleerd, maar ze zijn goed genoeg om te zien of er een effect is. Als er een heel subtiel fenomeen is, is het moeilijker om daar onderzoek naar te doen en moet je er statistiek op loslaten. Wij doen geen statistiek en gaan achter grote effecten aan. Als je zo’n project vervolgens gecontroleerd uitvoert dan resulteert dat in een stevig fenomeen. Vervolgens werken we dat uit en schrijven het op alsof we ernaar op zoek waren.’’ Verder benadrukt Clevers het belang van weten wanneer te stoppen. “Als een project niet loopt, is het makkelijk om het experiment nog eens te herhalen of om nog een extra onderzoekje te doen. Als je stopt weet je namelijk niet of het de doorbraak van de eeuw was geweest als je langer was doorgegaan. Hoe langer je geen effect ziet, hoe kleiner de kans dat het nog wat gaat worden, dan moet je besluiten het project te stoppen. Fundamenteel laboratoriumonderzoek is anders dan klinisch onderzoek. Dit laatste is veel beter te plannen en op een gegeven moment is een klinische studie afgerond. Met onze experimenten tasten wij, zoals eerder gezegd, vaak in het duister. Hierdoor leer je heel intuïtief te werken. Als je veel probeert, is er altijd wel iets wat goed gaat.”

Wat zou u studenten willen meegeven?

“Ga alleen onderzoek doen dat je interessant vindt en doe het niet om in opleiding te komen.” Hij is het er niet mee eens dat van artsen wordt verwacht om naast hun werk nog een promotietraject te doen: “Dat worden vaak matige proefschriften.’’ Over het algemeen is onderzoek doen – net als klinisch werk – gewoon stevig aanpoten. We hebben behoefte aan goede clinici en aan goede onderzoekers. Iets daartussenin werkt niet voor mij.” Volgens Hans Clevers is het labwerk niet alleen weggelegd voor mensen met hoge cijfers. “Veel kennis kan soms ook remmend werken, dan weet je alles al en heb je altijd een reden om ergens geen onderzoek naar te doen. Wij hebben geleerd dat heel veel kennis die er al is, niet helemaal klopt als je er goed naar kijkt.” 

“In de onderzoekswereld maakt het heel veel uit waar je promoveert.” Als je wetenschapper wilt worden, raadt Cle-vers aan om op zoek te gaan naar de beste plek voor dat type onderzoek. “Je zet jezelf buitenspel als je dat niet doet. Een goede promotieplek leidt tot een betere wetenschappelijke opleiding, betere artikelen met meer zichtbaarheid waardoor het makkelijker wordt om uiteindelijk je eigen onderzoekslijn op te zetten.”

(Visited 57 times, 1 visits today)
Close