Written by 16:31 Toekomst in de wetenschap

In gesprek met Prof en PhD

Auteur Anna Vera Verschuur, 6e jaars geneeskundestudent Universiteit Utrecht

Het leukste aan mijn baan is dat je up-to-date blijft door je promovendi

Lenny Verkooijen

Het is dinsdag ochtend en ik heb een afspraak met Lenny Verkooijen en haar promovendus Alice Couwenberg. We spreken af op de kamer van Lenny in het moderne Q-gebouw, waar onder andere de afdeling radiotherapie onderdak vindt. Eerst maken we foto’s van hun wekelijkse bespreking, daarna vraag ik ze van alles over promoveren, professor worden en hun onderlinge samenwerking.

Hoe ben je aan deze opleidingsplek gekomen?

“Ik heb Lenny een hele tijd geleden leren kennen bij het vak AKWO, daar gaf zij les,” vertelt Alice. “Daar viel Alice op” onderbreekt Lenny, “Nou Lenny viel ook bij mij op,” gaat Alice verder, “ik vond haar echt een powerwoman, en je kon goed met haar lachen! Daarbij deed ze interessant onderzoek naar borstkanker. Ik wilde graag onderzoek gaan doen tijdens mijn studie en het liefst iets met oncologie. Tijdens AKWO heb ik Lenny daarom benaderd en heb ik in het vierde jaar van mijn studie onderzoek gedaan naar de densiteit van mammogrammen van patiënten met borstkanker aan de Universiteit van Singapore, waar Lenny werkte voordat ze naar het UMC Utrecht kwam. In mijn laatste jaar heb ik voor mijn wetenschapsstage weer bij Lenny aangeklopt. Inmiddels wilde ik mij meer interesseren in het effect van de behandeling op de kwaliteit van leven van patiënten. Zo kwam ik bij een promovendus terecht die onderzoek deed naar de behandeling van patiënten met een rectumcarcinoom. Destijds was hij aan het afronden en kon ik vervolgens deze onderzoeks-
lijn overnemen Daarmee had ik geluk dat er een plek vrijkwam!” 

Nam je de lijn van voorganger over of kon je zelf richting geven aan je onderzoek?

“Mijn voorganger heeft de trial opgestart en mede een cohort opgericht. Deze heb ik overgenomen, de lijn doorgezet en afgerond. Ik heb de trial dus overgenomen, maar het type cohortstudies kon ik met Len-ny heel goed vormgeven en met eigen inzicht uitvoeren.”

Hoe kijk je hierop terug op je promotie nu je in de afrondende fase bent?

Op een maand na heb ik nu vier jaar vol gemaakt. Ik vond promoveren heel leerzaam. Uiteraard zijn er ook taken bij het promoveren die minder leuk zijn, maar je kan het werk zelf goed inrichten. Ik vond deze vrijheid en onafhankelijkheid heel prettig. Veel studenten doen dit om in opleiding te komen maar voor mij was dat niet de primaire reden. Ik vond innovatie en het bijbehorende onderzoek, zeker in combinatie met de opleiding epidemiologie, heel interessant. Dat ik die opleiding mocht doen, was voor mij een grote pre om hier te gaan promoveren. 

Bijna klaar en wat nu? Weer snel de kliniek in?

“Eerst lekker op vakantie en daarna begin ik als AIOS-radiotherapie in het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis.” Lenny onderbreekt “Het is wel grappig, want je kwam aan met het idee om chirurg te worden.” “Dat is ook wel een van de voordelen van promoveren”, reageert Alice, “je hebt tijd om jezelf te leren kennen, cursussen te volgen en jezelf te ontwikkelen. In de kliniek moet je je vooral 100% inzetten voor andere mensen en heb je minder tijd om aan je eigen carrière te denken. Op een gegeven moment kwam ik dus tot inzicht dat de radiotherapie mij meer interesseerde.”

Je zou denken dat je daar de kliniek je juist helpt een keuze te maken..?

“Dat dacht ik eerst ook,” bevestigt Alice, maar ik heb tijdens mijn promotie ook veel van de klinische kant van de radiotherapie meegemaakt. Lenny legt uit dat er op deze afdeling ook veel samen gewerkt wordt met chirurgen. Samen hebben ze een heel duidelijk gezamenlijk doel: opereren zonder snijden en het beeld–gestuurd behandelen van kanker. Promovendi bij de divisie Beeld werken dan aan dat onderwerp met als doel preciezer behandelen met minder bijwerkingen. Omdat kanker multidisciplinair wordt behandeld, hebben alle promovendi ook begeleiders uit andere divisies. “Dus op die manier krijg je ook input uit andere vakgebieden.” “Verder helpt naar congressen gaan ook om inzicht in verschillende vakgebieden te krijgen,” vult Alice aan.

Wat is er veranderd toen je terugkwam?

“Na tien jaar rook de soep in de Brink nog precies hetzelfde!” zegt Lenny enthousiast. “Maar teglijk-
ertijd is er ook veel veranderd: zo gaan promovendi hier nu systematisch de epidemiologie master in waardoor iedereen na een jaar op gelijkwaardig niveau kan discussiëren over onderzoek. Verder is de wet en regelgeving heel erg aangescherpt wat netjes onderzoek doen wel ingewikkeld maakt, maar het komt de kwaliteit van onderzoek en de patiënten ten goede. 

Hoe ben je professor geworden?

“Het is eigenlijk niet zo een transparant en logisch traject,” legt Lenny uit. “Op een gegeven moment heb je een mooie lijn gelopen en past je CV bij een professoraat: onderzoek, publicaties, onderwijs en subsidies. Vervolgens moet je met mensen gaan praten of mensen gaan met jou praten, en mensen gaan onderling praten. Om te zorgen dat de divisie en de decaan toestemming geven om jouw leerstoel in te richten, moet er back-up komen van andere hoogleraren. Zodra dat gebeurd is, gaat het proces echt in gang en wordt het formeel: er wordt een structuurrapport geschreven door een structuurcommissie waarin uitgelegd wordt waarom er een nieuw iemand nodig is en met welk profiel. Na goedkeuring wordt er een benoemingsadviescommissie (BAC) ingesteld die op zoek gaat naar kandidaten en hier kunnen dus ook andere kandidaten op reageren. Al-lerlei mensen waaronder zuster faculteiten moeten daar iets van vinden en uiteindelijk wordt er iemand benoemd. Zo werkt het bij de nieuwe leerstoelen. Daarnaast zijn ook vaste hoogleraar posities die een keer in de zoveel tijd vrijkomen en weer opnieuw ingevuld moeten worden. 

Is die structuurcommissie dan alleen voor de vorm?

“Die structuurcommissie is een vast traject wat je moet doorlopen, en dat is wel heel transparant. Zo gebeurt het ook weleens dat een hele procedure wordt ingezet rondom een persoon en dat er tijdens de
selectieprocedure iemand anders voorbijkomt die de leerstoel krijgt. Dat proces is spannend, maar mee-stal weet je het wel. Het allerspannendste is het begin: de lobby wat ook nog allemaal geheim moet blijven.”

Wat vind je het leukste aan je baan?

“Ik vind het heel leuk om te werken met een hele diverse groep van
mensen, die varieert van andere hoogleraren tot promovendi. Met de promovendi is het vooral leuk: ze zijn flexibel, hebben nieuwe ideeën en je blijft op de hoogte van de
allernieuwste ontwikkelingen. Ook leer je over heel veel verschillende onderwerpen en houd je je kennis eigenlijk up-to-date door hen.”

Hoe ziet jouw afdeling eruit?

“Ik heb nu 15 promovendi, dat zijn er eigenlijk te veel. We zijn hard gegroeid, mede doordat we op een veelbelovende lijn zitten en dus veel subsidies binnen halen. De mate van begeleiding wisselt sterk tussen de promovendi: de ene zie ik wekelijks een uur en bij de andere ben ik met name lid van het promotieteam. Daarnaast zijn er twee post-docs en stuur ik het trial bureau aan. Dit bureau ondersteunt patiëntgebonden onderzoek. Het team daarvan bestaat uit zo’n 18 personen
bestaande uit IT – specialisten, kwaliteitscoördinatoren en onderzoekcoördinatoren. Onder de promovendi hebben we mensen met overwegend veel verschillende achtergronden met o.a. de TU, natuurkunde, biomedical sciences maar ook iemand vanuit innovatie wetenschappen. Dit maakt het een divers team.”

Vind je dat de arts moet promoveren?

“Lastig… Ik vind namelijk dat je als dokter het echt wel iets extra’s kan brengen als je weet wat onderzoek doen inhoudt, en je heel goed onderzoeksgegevens op waarde kan schatten en meedenkt om patiënten te laten meedoen met onderzoek. Tegelijkertijd denk ik ook dat niet iedereen geschikt is om te promoveren en dat je een hele goede dokter kunt zijn zonder te promoveren. Ik denk dat we moeten zoeken naar de balans; sommige dokters zijn meer wetenschappelijk, an-
deren meer met onderwijs bezig en anderen zijn klinisch heel goed.” “Nu zoveel mensen willen promoveren, moeten ze het soms in een of twee jaar afronden of anders in hun eigen tijd of met een half salaris,” merkt Alice op. “Je hoort soms rare dingen,” beaamt Lenny, “Ik heb bijvoorbeeld weleens gehoord dat een student een aanbod had gekregen om ’s nachts op de SEH te werken en overdag te promoveren. Dat is niet te doen!” “Als je net uit de schoolbanken komt en niet beter weet, ben je snel geneigd om dat te doen,” gelooft Alice. Lenny gelooft ook dat het bepalend is als studenten worden gevraagd door iemand die later wellicht bepalend is voor je opleidingsplek. “Ik heb ook wel het idee dat nu mensen meer moeten promoveren,” zegt Alice. Volgens Lenny was dit vroeger ook, maar begint het nu juist meer een punt van discussie te worden; “moet iedereen wel gepromoveerd zijn? Daarbij denk ik dat de promovendus van nu veel beter nadenkt over wat hij wil, waar hij mee bezig is en ook bereid is te zeggen dat hij iets niet accepteert. Dat vind ik heel erg goed, dat is ook makkelijker samen-

werken.” 

Hoe zag jullie samenwerking eruit?

“Natuurlijk ben ik de baas en opleider, maar samenwerken met promovendi is anders dan samen-
werken met ondersteunend personeel. Wat ik namelijk belangrijk vind aan promoveren, dat het eigenlijk een opleidingstraject is tot een goede onderzoeker. 

Vind je het belangrijk om als begeleider deze mogelijkheden te creëren?

“Ja, het primaire doel van een promotietraject is een goede onderzoeker afleveren, niet enkel om het onderzoek gedaan te krijgen. Er moet uiteraard ook onderzoek gedaan worden en resultaten verkregen worden om ons te verantwoorden. Het is dan ook mijn ver
antwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat bepaalde vragen goed beantwoord worden omdat ik de grant krijg. Richting de promovendi is het mijn taak om een hele goede onderzoeker af te leveren. Het is dus leuk als onderzoekers zelf initiatief nemen en ideeën krijgen aan de hand van wat ze zelf gevonden hebben. Dat zag je bij Alice heel erg: ze pakte de kansen die ze aangeboden kreeg en heeft daardoor een heel divers proefschrift met een wisselend epidemiologische, klinische en technische insteek.”

Promovendi zijn dus geen ‘werkpaarden’?

“Er moeten altijd ‘corvee taken’ gedaan worden. Op onze afdeling laten we de promovendi dat samendoen: ieder van hen heeft in de week een paar uur dienst op de cohort-poli. Daar worden patiënten voor alle studies geïncludeerd. Aan het begin vinden ze dat heel leuk en spannend, en op een gegeven moment heb je dat wel gezien, maar het hoort er wel bij.” 

“Ik vond dit heel leuk,” reageert Alice, “omdat je zo in aanraking blijft met patiënten. Dat gaan sommigen na vier jaar soms wel missen. In dit geval voorzie je patiënten alleen
van informatie over het onderzoek, maar je kunt veel bespreken. Bij het coördineren van de trial moest ik patiënten ook voorlichten over de nieuwe behandeling, dat vond ik heel leuk!”

Op basis waarvan neem je promovendi aan?

“Je hebt eigenlijk twee procedures: een student die opvalt die je wilt houden, of een positie die nog niet is opgevuld. Toen Alice bijna klaar was, ging ik dingen voor haar regelen en bij collegae navragen of ze iets hebben. Als ik iemand zoek voor een positie, vraag ik weer aan hen of ze een goede student kennen. Er gaat ongelofelijk veel ‘via-via’. Als je bijna klaar bent en wil promoveren, is het dus heel goed om dat akenbaar te maken. Een ander traject is dat van advertenties
en academic transfer (een plat-form voor banen vacatures binnen de wetenschap).

Wat zoek je in een promovendus?

“Iemand die intrinsiek gemotiveerd is om een goede onderzoeker te worden. Na een sollicitatiegesprek weet je eigenlijk niet zo veel dus is het fijn als je mensen al kent of gezien hebt. Je ziet vaak dat mensen best wel voorzichtig worden en heel goed ‘nee’ kunnen zeggen. Maar een houding van ‘Ja oké, dit ga ik gewoon doen’, vind ik juist mooi. Als je op zoek bent naar een baan van 36 uur per week, dan moet je niet gaan promoveren. Het kan je namelijk in je weekend bezighouden, zeker rondom abstract deadlines of de laatste fase van je proefschrift. Tegelijkertijd heb je zolang je resultaten levert, ook heel veel vrijheid.

Wat geven jullie studenten mee?

Er zijn hele mooie promotie plekken dus ga op zoek: pak niet het eerste het beste promotie aanbod aan maar zoek een project en een begeleider die bij je past. Alice: De manier van begeleiding kan heel erg verschillen en is heel persoonlijk: het is belangrijk om op verschillende vlakken (begeleiding, werkwijze en soort onderzoek) een klik te hebben met je promotor.  Lenny: “de een heeft wat meer sturing nodig en de ander wil enkel bewaking van de kaders en dat is allemaal prima.”

(Visited 27 times, 1 visits today)
Close