Written by 19:55 Speerpunten

Oval stenting in left pulmonary artery stenosis: a novel double balloon technique to prevent airway compression in single ventricle.

Auteur Marin Bont, 2e jaars geneeskunde student Universiteit Utrecht, UMC Utrecht

Achtergrond

Ongeveer 10% van alle kinderen met een congenitale hartafwijkingen hebben last van een onderontwikkelde (hypoplastische) hartkamer. Het gaat hierbij meestal om een hypoplastische linker ventrikel (HLV, als gevolg van een niet goed aangelegde mitralisklep) of rechter ventrikel (HRV, als gevolg van een niet goed aangelegde tricuspidalisklep). De kinderhartchirurg kan in deze gevallen vaak nog wel een anatomische situatie maken die overleving mogelijk maakt. Bij deze kinderen zijn 3 operaties nodig (rond 1 week na de geboorte, op 6-9 maanden en rond 2-jarige leeftijd) die uiteindelijk leiden tot een monoventriculaire circulatie. De goed aangelegde hartkamer pompt het bloed de systeemcirculatie in en het veneuze bloed stroomt direct terug naar de longslagaders. De hypoplastische hartkamer hoeft dan geen bloed rond te pompen. Deze uiteindelijke bloedsomloop wordt een Fontan circulatie genoemd. Een veel voorkomende complicatie bij deze ingrepen is een vernauwing (stenose) van de arteria pulmonalis sinistra (LPA). Deze vernauwing wordt vaak door een kinder-interventiecardioloog verholpen tijdens een hartkatheterisatie door plaatsing van een stent via de lies. Direct achter de LPA ligt de linker hoofd bronchus (LHB). Een complicatie die kan optreden na het plaatsen van een stent is compressie van deze luchtweg. 

Waarom is het belangrijk? 

In dit onderzoek is gebruik gemaakt van een nieuwe techniek om de stent in de LPA te plaatsen. Het gaat om 3D-rotatie angiografie (3DRA)-geleide stentplaatsing. Een stent is gebruikelijk bolvormig met een gelijke diameter, maar met de nieuwe stent techniek wordt er gebruik gemaakt van twee kleinere ballonnen boven op elkaar. (zie afbeelding ter illustratie) Door de ballonnetjes precies boven elkaar te plaatsen ontstaat er een ovale stent. Het idee is, dat er op deze manier een kleinere voor-achterwaartse diameter ontstaat en dat daardoor de kans op compressie van de linker hoofdbronchus verkleint.  

Methode – 3DRA geleide stent procedure

Voordat de interventiecardioloog een stent plaatst, wordt een 3DRA gemaakt met contrast in hart en vaten. Hierbij krijg je een beeld van de anatomie en het probleem zelf. Hiervan wordt een 3D reconstructie gemaakt waarop de vaten, vernauwing en luchtweg zichtbaar zijn. Deze kan in de patiënt geprojecteerd worden om het plaatsen van de stent te sturen. Het 3D beeld helpt ook bij hetinschatten van de lengte, diameter en vorm van de stent; je kunt de stent op maat maken, dit zou je kunnen beschouwen als personalised medicine. Soms wordt een lege 3DRA gemaakt, dit is een 3DRA zonder contrast met één opgeblazen ballon in de LPA met de juiste diameter om het risico op compressie van de LHB in te schatten. Indien de luchtweg wordt dichtgedrukt is dit een reden om een ovale stent te plaatsen.

Wat hebben ze gedaan en wat zijn de uitkomsten? 

In een totale populatie van 204 patiënten met één ventrikel hadden 51 een stent nodig. Er zijn 11 patiënten geselecteerd waarbij ze een 3DRA geleide ovale stent techniek met een dubbele ballon hebben gebruikt.

Er waren twee patiënt groepen:

• 8 patiënten hadden al een stent, waarbij er sprake was van compressie van de linker hoofd bronchus of een risico daarop als de stent op een normale ronde manier werd opgerekt; deze is ovaal gemaakt.

• 3 patiënten hadden nog geen stent, op de lege 3DRA is gezien dat er compressie van de linker hoofdbronchus zou ontstaan bij het plaatsen van de gebruikelijke (ronde) stent. In deze patiënt is hij direct ovaal gemaakt. 

Via angiografie is aangetoond dat de vernauwing van de LPA is verdwenen na stentplaatsing.  De luchtweg was goed doorgankelijk in 9 patiënten, dit werd onderzocht met een 3DRA (met/zonder contrast). 

Conclusie

Dit artikel laat zien dat 3DRA-geleide ovale stentplaatsing succesvol is voor het oplossen van een vernauwing in de LPA en het risico op compressie van de LHB verkleint bij kinderen met een monoventriculaire circulatie.  

Wat betekent dit voor de zorg voor kinderen met een hartafwijking?

Door tijdens een hartkatheterisatie de anatomie in 3D in beeld te brengen en de relatie met de omliggende structuren (o.a. luchtweg en slokdarm) te begrijpen, worden problemen (o.a. stenoses) beter begrepen en kunnen interventies en stents op maat gemaakt worden. 

Wat zijn de volgende stappen?

Er moet gekeken worden naar de stenttechniek in een grotere groep, aangezien het hier ging om slechts 11 kinderen. Er kan gekeken worden of het ook toepasbaar is bij andere congenitale hartziekten waarbij een stent nodig is in de LPA of een ander bloedvat. Daarnaast moet nog worden aangetoond of deze techniek er ook voor zorgt dat de LHB langdurig openblijft. 

(Visited 7 times, 1 visits today)
Close