Written by 14:14 De Wetenschapper en de Journalist

De COVID-19 pandemie: een kijkje onder de motorkap van de wetenschap

Auteur: Alexander Hulsbergen, 6e jaars geneeskunde student Universiteit Utrecht, UMC Utrecht

De wetenschap draait overuren tijdens de COVID-19 crisis. De gebreken en problemen die altijd al aanwezig waren, komen daardoor nu pijnlijk aan het licht. Reden voor pessimisme, of toch niet?

Hoe cru het ook klinkt: wetenschap gedijt in tijden van nood. Als mensen écht vooruitgang willen, komt dat er vaak wel. Denk aan ebola: al in de jaren ’70 ontdekt, maar het eerste vaccin werd in 2019 geïntroduceerd – zo’n vijf jaar na een epidemie die wereldwijd krantenkoppen haalde. Of penicilline: de grootschalige introductie daarvan is vrijwel geheel te “danken” aan de Tweede Wereldoorlog. 

Betekent dit dat we binnenkort ook een vaccin of behandeling voor Covid-19 mogen verwachten? De wetenschapsmachine draait in ieder geval overuren. Toch lijkt een einde voorlopig nog niet in zicht. Wie de afgelopen weken het Covid-nieuws heeft gevolgd (wie niet?), kon zien dat de zoektocht naar de coronagraal niet zonder horten en stoten verloopt. Het lijkt wel alsof de beperkingen waar de wetenschap sowieso al mee kampt nu door de pandemie één voor één duidelijk worden uitvergroot. Om een paar voorbeelden te noemen: 

Veel publicaties, weinig efficiëntie

Kort na het uitbreken van de pandemie groeide het aantal papers over Covid-19 haast net zo hard als het aantal patiënten zelf. Inmiddels geeft een Pubmed search op synoniemen van Covid-19 bijna 15.000 (!) hits, preprint servers niet meegerekend, en is er zelfs al een “Journal of Sars-Cov-2 and COVID-19” in de maak. Publiceren is een verdienmodel en waar aandacht zit, zit geld. Veel universiteiten en individuele wetenschappers zullen daar een graantje van mee willen pikken. Nog nooit was het zo makkelijk om met retrospectieve data en kleine patiëntengroepen in de Lancet te komen. En als je je ongerelateerde onderzoeksvoorstel een draai geeft waardoor er een (niet noodzakelijkerwijs voor de hand liggende) link is met Covid-19, kom je ineens voor veel meer beurzen in aanmerking. Hoeveel van die 15.000+ publicaties gaan écht helpen de coronapandemie te bestrijden? Wie zal het zeggen? Geen arts die tijd heeft om alles bij te houden.  

Hype, politisering en belangenverstrengeling 

Dan hydroxychloroquine (HCQ). Dit geneesmiddel, oorspronkelijk tegen malaria, ondergaat een tweede leven in coronatijd dat met elke wending bizarder lijkt te worden. Het begint met een kleine, ongerandomiseerde studie die voorzichtige eerste resultaten laat zien dat HCQ effectief zouden kunnen zijn in de bestrijding van Covid-19 [1]. Veelbelovend, maar de studie is niet zonder beperkingen en zou vooral moeten worden gezien als een stap naar uitgebreider vervolgonderzoek. Maar dat laatste wordt even aan de kant geschoven als de machtigste man in de Westerse wereld weer helemaal losgaat op Twitter: HCQ zijn dé oplossing voor de pandemie en deze studie is daar het bewijs van. Hij neemt ze zelf ook om besmetting te voorkomen! Wat volgt is een stortvloed aan mensen met een mening, en bizar genoeg wordt het een politieke kwestie: pro-HCQ is pro-Trump, conservatief en Republikeins, en anti-HCQ is anti-Trump, liberaal en Democratisch (als je dit niet gelooft: bekijk even de comments onder een willekeurig niet-academisch youtubefilmpje over HCQ). Achteraf komt de aap uit de mouw: Trump had aandelen in een Frans bedrijf dat HCQ produceerde. Een direct financieel belang, een twitteraccount waar alle ogen op gericht zijn en een zakenman ongehinderd door enig moreel besef: één plus één plus één is drie. 

Maar het verhaal gaat door. Een nieuwe studie in de Lancet [2] laat zien dat HCQ juist géén effect, maar wel ernstige bijwerkingen hebben. Die studie is inmiddels weer teruggetrokken, omdat de data verzameld waren door een privébedrijf en de auteurs van de studie de data zelf niet konden inzien – ze konden dus ook niet goed ingaan op kritiek op hun resultaten.

Overigens zijn de auteurs ook nog bedreigd met de dood vanuit het pro-Trump kamp, want ja, het zal ook niet. In de tussentijd hebben waarschijnlijk duizenden patiënten HCQ gekregen, terwijl we nog steeds niet weten of het middel nou helpt, schadelijk is, of geen van beiden. Misschien wel dat laatste; het laatste nieuws op het moment van schrijven is dat de grote studies in het Verenigd Koninkrijk en Nederland worden gestopt omdat tussentijdse analyses geen verschil tussen groepen laten zien.   

Gebrekkige wetenschapscommunicatie

Tot slot is er nog steeds veel verwarring. Hoe gevaarlijk is het virus nou precies gebleken? Hoeveel mensen maken het door zonder symptomen? Werken mondkapjes nou wel of niet? Kunnen mensen die niet symptomatisch zijn het virus ook verspreiden? Over die laatste vraag deed de Wereldgezondheidsorganisatie een uitspraak die ze kort daarna weer introkken, omdat er onduidelijkheid was over de definitie van asymptomatisch (dat is namelijk iets anders dan presymptomatisch). In deze zee van onzekerheid, met nieuws, fake news, en wetenschappelijke kennis die met de dag verandert, is de status quo voor iedereen die niet full-time infectioloog is vrijwel niet meer te volgen, laat staan voor de “gewone man”. Dat sommige einzelgängers daarom maar hun eigen (complot)theorieën gaan verzinnen, maakt het ook niet makkelijker. 

Dus: wat nu?

Al deze gebreken zijn niet uniek of ontstaan door de pandemie. Overpublicatie, hype, politisering, conflicts of interest, matige communicatie van kennis en andere issues bestaan al veel langer in de wetenschap en zijn ook al eerder beschreven. De term “reproducibility crisis” wordt wel eens gebruik, gebaseerd op het feit dat de meeste wetenschappelijke bevindingen niet gereproduceerd kunnen worden. Ik weet niet of crisis het ideale woord is, want oorspronkelijk betekent crisis een acuut moment waarop een situatie twee kanten op kan gaan: de goede of de verkeerde. De problemen van de wetenschap zijn eerder sluimerend. Vergelijk het met een oude Porsche met 100,000 kilometer op de teller: van buiten ziet ‘ie er gelikt uit, maar als je onder de motorkap kijkt zie je dat allerlei onderdelen flink zijn doorgesleten. Misschien is deze pandemie wel zo’n kijkje onder de motorkap van de wetenschap. 

Ondanks alles ben ik om twee redenen toch wel optimistisch. Ten eerste: ondanks de versleten onderdelen loopt de Porsche die wetenschap heet nog wel. Al is het op de manier “ik gooi twaalf ideeën in het water en kijk wat er blijft drijven”, over het grote plaatje genomen is er wel vooruitgang op termijn, en de coronacrisis kan er vaart achter zetten. Ten tweede: de pandemie biedt kansen. Juist dit kijkje onder de motorkap kan mensen wakker schudden om meer te gaan nadenken over efficiëntie van het wetenschappelijk proces. Bedrijven huren regelmatig consultants in om hun workflow te stroomlijnen – een investering op korte termijn voor meer efficiëntie, dus winst, op lange termijn. Daar kunnen we in de wetenschap misschien wel wat van leren: “Science Efficiency” als wetenschap op zichzelf. Als daar meer prioriteit naartoe gaat, plukken we op de (middel)lange termijn de vruchten. Want wie wil nou niet dat zijn Porsche nóg zeker 100,000 kilometer meegaat? 

(Visited 55 times, 1 visits today)
Close